Ga naar de inhoud van deze pagina.
Programmabegroting 2026 Programmabegroting 2026

Afzonderlijke onderdelen nader belicht

De afzonderlijke onderdelen nader belicht

1- Wegen

Wat Aantal Grondslag

Asfaltverharding

1.359.770

m2

Geluidsreducerend asfalt

58.932

m2

Elementenverharding beton

999.049

m2

Elementenverharding gebakken

397.751

m2

Betonverhardingen

16.490

m2

Halfverharde paden

32.599

m2

Totaal

2.864.591

m2


Beleidskader

Het doel van de totale onderhoudsstrategie is om verhardingen in een redelijke tot goede onderhoudstoestand te brengen en te houden, dusdanig dat geen enkele verharding in een onderhoudstoestand ‘onvoldoende’ verkeert of komt te verkeren. Hiermee wordt tevens voorkomen dat weggebruikers onveilige situaties tegenkomen. Het is de taak van de wegbeheerder om de veiligheid van de wegen te bewaken, zodat de kans op ongelukken geminimaliseerd wordt. Een goede staat van het wegennet is immers van belang voor zowel de duurzaamheid als voor de veiligheid.

Tweejaarlijks wordt de onderhoudstoestand van de verhardingen in kaart gebracht door middel van een Globale Visuele Inspectie, conform de wegbeheersystematiek van het C.R.O.W. Dit betekent dat alle wegvakonderdelen van asfalt, elementen en beton worden beoordeeld op ernst en omvang van alle schadebeelden. Op basis van de inspectiegegevens wordt de kwaliteit van het Wegenareaal ingedeeld conform de C.R.O.W.

Zowel de levensduur als de uitkomsten van de bovengenoemde inspecties zijn de input voor het jaarlijks op te stellen Uitvoeringsprogramma.

Financiële aspecten

Investeringen in wegen betreffen maatschappelijk nut en worden geactiveerd en afgeschreven in 68 jaar voor wegen met riolering en in 90 jaar voor wegen zonder riolering. Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Het budget met de noemer projecten wordt gereserveerd als dekking voor het uitvoeringsprogramma voor wegvervanging. Daarnaast hebben we een egalisatiereserve gekoppeld aan de normbudgetten voor het onderhoud van wegen en civiele kunstwerken welke een egaliserend karakter heeft over de jaren.

Achterstallig onderhoud wegen

Tweejaarlijks worden de wegen geïnspecteerd. De laatste inspectie dateert uit 2022. Hieruit zijn geen verrassingen gekomen. We verwachten de komende jaren veel asfaltlagen te moeten vervangen, vooral in de buitengebieden.


2- Openbare Verlichting

Wat Aantal Grondslag

Lichtmasten > 8m

1.795

Stuks

Lichtmasten <8m

8.780

Stuks

Overige voorzieningen

50

Stuks

Aantal armaturen

10.608

Stuks

Waarvan % Led

30

Procent


Beleidskader

Een nieuw beleidsplan OVL is vastgesteld in juni 2023. Het uitgangspunt is ‘Donker waar mogelijk, licht waar nodig.’ In het beleidsplan staan de speerpunten genoemd waarbij met de inrichting en het onderhoud van de openbare verlichting rekening gehouden dient te worden. Het accent ligt op duurzaamheid en energiebesparende maatregelen. Het ingezette beleid ten aanzien van het toepassen van LED verlichting en dynamisch dimmen waar mogelijk, wordt gecontinueerd en uitgebreid. Momenteel wordt het beheerplan opnieuw opgesteld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van bewonersparticipatie. Er worden teststraten ingericht, zodat in 2026 een door inwoners gedragen beheerplan kan worden uitgevoerd.

Financiële aspecten

Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten. Investeringen betreffen maatschappelijk nut en worden geactiveerd en afgeschreven. Daarnaast is er een egalisatiereserve voor het onderhoud van de openbare verlichting. Op deze manier borgen wij de instandhouding van de OVL op de lange termijn. In het IBor-plan hanteren we als afschrijvingstermijn voor masten 45 jaar en voor armaturen 25 jaar.

Voor het nieuwe beleids- en beheerplan zijn benodigde middelen beschikbaar gesteld.

Achterstallig onderhoud

Er is achterstand op diverse onderhoudsmaatregelen en vervangingen. Met het nieuwe beleidsplan is ook een beheerplan gemaakt, waarmee achterstallig onderhoud op den duur zal worden weggewerkt.


3- Civiele kunstwerken

Wat aantal Grondslag

Brug (hout)

42

Stuks

Brug vast = Viaduct

15

Stuks

Geluidswerende constructies

6

Stuks

Tunnel (auto)

1

Stuks

Tunnel (fietser-voetganger)

4

Stuks

Faunarasters

37

Stuks

Kademuur (staal)

17

Stuks

Walbescherming (=Beschoeiing)

18

Stuks

Hek

2

Stuks

Steigers

61

Stuks

Muur metselwerk

61

Stuks

Strekdam (visplek De Meer)

10

Stuks


Beleidskader

Afgelopen jaren is het onderhoud aan de kunstwerken conform het vastgestelde kwaliteitsplan (Ibor) uitgevoerd. Dit is het gevolg van de inspecties en keuringen die wij doen. Grootschalige vervangingen nemen wij mee in het JUP. Voor 2025 gaan we het fietsbruggetje op de Boskantse Broekstraat (richting Nederasselt) vervangen. In 2024 wordt het fietspad er naartoe vervangen. Ook de vangrails die wij hebben is aan vervangen toe. Daarom vervangen wij alle vangrails die we hebben in 2025. Het gaat dan om de locaties: Hernenseweg, Randweg Noord en Zuiderdreef.

Financiële aspecten

Investeringen in civiele kunstwerken betreffen maatschappelijk nut en worden geactiveerd en afgeschreven. Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Hieraan gekoppeld hebben we de egalisatiereserve voor onderhoud van wegen en civiele kunstwerken welke een egaliserend karakter heeft over de jaren.

Achterstallig onderhoud

Geen.


4- Groen

Wat Aantal Grondslag

Bomen

32.411

Stuks

Bosplantsoen

562.100

m2

Bos

40.524

m2

Bos en natuur

525.189

m2

Sierplantsoen

185.060

m2

Hagen

27.327

m2

Gazon

1.255.514

m2

Ruw gras en bermen

1.328.265

m2


Beleidskader

Voor onderhoud en vervanging van openbaar groen zijn het beleidsplan Natuur en biodiversiteit (2021) samen met de groenstructuurplannen Kleine Kernen (2004) en Wijchen (2008) de leidraad voor renovaties van het openbaar groen. De voorbereidende werkzaamheden voor het ecologisch beheer en onderhoud conform het vastgestelde Ecologisch groenbeheerplan zijn van start gegaan in 2024. Verzoeken voor grondverkoop of –verhuur en ontwikkelingsplannen worden ook beoordeeld aan de hand van deze plannen.

Groen en beplantingen

Gebieden waar ecologisch groenbeheer wordt toegepast, gaan we uitbreiden. Zoals het Oosterpark, de hoofdwegen en het buitengebied. Ook gebieden binnen de bebouwde kom gaan onderdeel worden van het ecologisch groenbeheer.

Burgerparticipatie

Indien mogelijk dan wel wenselijk worden inwoners betrokken bij de ontwikkeling van renovatieplannen en het dagelijks onderhoud van de openbare ruimte. Er zijn vrijwilligers die meehelpen in het groen en bij het opruimen van zwerfafval.

Bomenonderhoud

Voor het dagelijks beheer van de bomen zijn in het IBOR randvoorwaarden gesteld. Het vastgesteld beeldkwaliteitsniveau bepaalt de mate van renovaties en keuzes van inrichtingen van het openbaar groen. Gewerkt gaat worden aan een integraal boombeheerplan met daarin inzichtelijk het dagelijks onderhoud en benodigde vervangingen voor de komende jaren.

Financiële aspecten

Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Het budget met de noemer renovatie groen wordt gereserveerd als dekking voor het uitvoeringsprogramma. Hieraan gekoppeld hebben we de egalisatiereserve Groenbeheer die een egaliserend karakter heeft over de jaren.

5- Riolering

Wat Aantal Grondslag

Vrijvervalriolering

229,5

Km

Persleiding

16,8

Km

Drukriolering

89

Km

Vacuümriolering

9

Km

Putten

6.054

Stuks

Gemalen

40

Stuks

Pompputten

517

Stuks

IBA's

14

Stuks

Wadi's

31

Stuks

Randvoorzieningen

11

Stuks


Beleidskader

Beleidsplan water en riolering.

Eind 2022 is het nieuwe Beleidsplan water en riolering (Bwr) voor de periode 2023-2027 vastgesteld. Het Bwr is een beleidsplan waarin is aangegeven op welke wijze de gemeente invulling geeft aan haar wettelijke taken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater en hoe zij dit bekostigt.

Het nieuwe Bwr is samen met de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en West Maas & Waal opgesteld. Doel van de samenwerking was door middel van harmonisering van beleid te komen tot minder kostenstijging, meer kwaliteit en minder kwetsbaarheid in de (afval)waterketen. Deze harmonisering betekent nadrukkelijk niet dat de deelnemende gemeenten hun bevoegdheden hebben verloren. Integendeel, iedere gemeente is verantwoordelijk gebleven voor het eigen beleid en heeft het nieuwe Bwr afzonderlijk vastgesteld. Het nieuwe Bwr bevat een gemeenschappelijk deel (op hoofdlijnen geharmoniseerd beleid) en een individueel deel (specifieke uitwerking van beleid naar maatregelen).

Rioolbeheerplan

Aan de basis van het Beleidsplan water en riolering staat het Rioolbeheerplan (RBP) voor de periode 2023-2027. Het RBP is een operationeel plan dat inzicht geeft in de omvang van het te beheren (verbrede) rioleringsareaal en de maatregelen voor de (duurzame) instandhouding hiervan. Het RBP dient mede als input voor de financiële onderbouwing van het nieuwe Beleidsplan water en riolering.

Financiële aspecten

De kosten verbonden aan de riolering dekken we middels de rioolheffing af.Initiële investeringen worden als economisch nut geactiveerd. De vervangingsinvesteringen worden ten laste van de voorzieningen gebracht.

Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Daarnaast zijn er twee voorzieningen ten behoeve van de vervangingsinvesteringen. Jaarlijks wordt er, conform het beleidsplan water en riolering, toegevoegd aan de voorzieningen om ook op lange termijn de vervangingen te borgen. Daarnaast bestond er nog een egaliserende reserve om behaalde efficiency resultaten terug te kunnen geven aan de burger in de heffing of extra voorzieningen. Deze reserve is conform BBV en Bwr in 2022 omgezet naar een egaliserende voorziening.

Achterstallig onderhoud

Aan de hand van rioolinspecties geven we input aan het meerjaren uitvoerings- programma (MUP) en jaarlijks uitvoeringsprogramma (JUP). De afgelopen 10 jaar zijn alle riolen in Wijchen geïnspecteerd en vervangingen conform uitgevoerd. Begin 2024  is een nieuw reinigings- en inspectieplan voor de riolering opgesteld.

6- Watergangen

Wat Aantal Grondslag

Lengte B-Watergangen

13

Km

Lengte C-Watergangen

83

Km

Oevers vijvers, plassen, etc

6

Km

Ontv.plicht A-watergangen

36

km


Beleidskader

Het Baggerplan 2021-2040 vormt het beleidskader voor het beheer en onderhoud van het oppervlaktewater in eigendom van de gemeente.

Waterschap Rivierenland is de waterbeheerder voor het grondgebied van de gemeente Wijchen. De gemeente en het waterschap streven naar een watersysteem met een goede waterkwaliteit. Daarnaast is het van belang dat neerslag en kwel kan worden opgevangen (geborgen) en afgevoerd.

Regelgeving omtrent explosieven en archeologie vragen om standaard uitgebreidere en meer onderzoeken. Hierdoor nemen de onderzoeks- en voorbereidingskosten toe.

De gemeente Wijchen is opgedeeld in vier afwateringseenheden:

  • Het peilgebied Quarles van Ufford: ten noorden van de Nieuwe Wetering en ten oosten van de A50. Het gebied watert in noordwestelijke richting af en omvat de kern Bergharen.
  • Het peilgebied Bloemers: ten zuiden van de Nieuwe Wetering en omvat het noordelijke deel van kern Wijchen en de kernen Hernen, Leur en Batenburg. Het gebied watert in westelijke richting af op de Maas via de Nieuwe Wetering naar het gemaal Bloemers bij Appeltern.
  • Het peilgebied Citters I: omvat het zuidelijk deel van kern Wijchen en de kern Niftrik. Het gebied watert af op de Maas via de Niftrikse Wetering naar het gemaal Citters I.
  • Het peilgebied Citters II: ten zuiden Citters I, grenzend aan de Maas en omvat kern Balgoij. Het gebied watert af op de Maas via de Balgoijse Wetering naar het uitwateringsgemaal Citters II in de Loonse Waard.

Als eigenaar van B- en C-wateren heeft de gemeente het beleid te willen baggeren binnen het onderhoudsprofiel. Het watersysteem wordt hiermee op orde gehouden en voldoet aan de legger van het waterschap. Het onderhoud van de waterpartijen en watergangen is opgenomen in het baggerplan, dat is vastgesteld in het voorjaar 2022. Daarin is planmatig aangegeven op welk moment aan een waterpartij onderhoud gepleegd moet worden. Aan de hand van detailinspecties wordt input gegeven aan het meerjaren uitvoeringsprogramma (MUP) en jaarlijks uitvoeringsprogramma (JUP).

Financiële Aspecten

Vanuit het taakveld Riolering wordt een voorziening gevormd voor het Baggeren van Waterpartijen en beschoeiingen. De dotatie is gebaseerd op de gepresenteerde kosten uit het Baggerplan. Voor de C-watergangen is de keuze gemaakt om eerst een nader onderzoek in te stellen naar de benodigde maatregelen. Dit onderzoek heeft in 2023 plaats gevonden. Hieruit is gebleken dat er geen planmatig onderhoud nodig is voor de C –watergangen en er hoeft enkel incidenteel onderhoud plaats te vinden.

Achterstallig onderhoud

Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud. Wel is er onduidelijkheid over het Wijchens Meer. Het Wijchens Meer is gedeeltelijk een A-watergang waarover de gemeente een ontvangstplicht heeft voor het bij baggeren vrijkomende slip. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. Het grootste deel van het Wijchens meer is C-watergang met een dikke sliblaag. Het gaat hier om grote hoeveelheden slib waarvan de verwerkingskosten zijn meegenomen in het nieuwe baggerplan. De kosten verbonden aan de daadwerkelijke baggerwerkzaamheden zijn meegenomen in de begroting 2026.

7- Gebouwen

Wat Aantal Grondslag

Gebouwen bedrijfsvoering

3

Stuks

Wijkcentra/MFA's

14

Stuks

Sportzalen/sporthallen

7

Stuks

Woningen

3

Stuks

Monumenten

3

Stuks

Kunstwerken

51

Stuks

Overige

16

Stuks


Mutaties

In de toekomst worden de volgende gebouwen afgestoten in verband met nieuwbouw of ontwikkelingen:

Onlangs is de Westwijzer op de Blauwe Hof 40-03 gesloopt, er wordt een nieuwe MFA gebouwd

Onlangs is Graafseweg 615-617 definitief overgedragen aan de projectontwikkelaar

Veenhof 1712: In verband met planontwikkeling hebben we dit gebouw nog even in de portefeuille

Huissteden 1401: In verband met verduurzaming van 't Mozaiek hebben we dit pand tijdelijk in gebruik. Vanuit plangebied Hart van Zuid is geen toekomst voor dit pand

Leemweg 121: Maaswaalcollege is bezig met het realiseren van een uitbreiding aan hun locatie Veenseweg. Daarna heeft Maaswaalcollege dit gebouw niet meer nodig voor onderwijsdoeleinden. In het pand zit namens Gemeente Wijchen de broedplaats kunst. Er moeten nog afspraken worden gemaakt over de toekomst van het pand

Beleidskader

Het huidige beleid is dat het gemeentelijk vastgoed op conditieniveau 3 wordt onderhouden. Onze monumenten houden we in onderhoudsconditie 2. Dit is gebaseerd op de NEN 2767. Het onderhoudsplan voor de komende 20 jaar wordt jaarlijks geactualiseerd door onze adviseurs conform de NEN2767 methodiek. In 2024 heeft een herijking plaats gevonden van het onderhoudsfonds door een externe adviseur.

Verduurzaming

Het vastgoed van gemeenten valt onder de doelen uit het Klimaatakkoord voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De vereiste CO2-reductie voor ons gemeentelijk vastgoed bedraagt 49% in 2030 en 95% in 2050. Voor gemeenten betekent de opgave van verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed dat zij als gebouweigenaar een routekaart opstellen met daarin de eigen aanpak van de verduurzaming van de vastgoedportefeuille tot 2050. We verwachten de routekaart in Q4 2024 aan de gemeenteraad te kunnen voorleggen inclusief de financiële impact daarvan. Vooruitlopend daarop wordt het Mozaïek in 2025 al voor een groot deel verduurzaamd.

Financiële aspecten

Investeringen in nieuwe gebouwen worden geactiveerd en lineair afgeschreven in 40 jaar, verbouw in 20 jaar. Kapitaallasten van vervangingsinvesteringen worden in de meerjarenraming opgenomen. Vervangingen van installaties worden uit de onderhoudsreserve gedekt. Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. De dotaties in de reserve onderhoud volstaan als dekking voor de lange termijnplanning. De reserve heeft hiermee een egaliserend karakter over de jaren.

Achterstallig onderhoud

Voor Zwembad de Meerval is een plan gemaakt voor het onderhoud dat nog noodzakelijkerwijs moet worden uitgevoerd in de komende jaren, grote uitgaven worden hierbij zorgvuldig afgewogen.

Voor de overige gebouwen geldt dat er geen sprake is van achterstallig onderhoud bij het gemeentelijke vastgoed.