Ga naar de inhoud van deze pagina.
Programmabegroting 2026 Programmabegroting 2026

Samenvatting

Samenvatting

We bieden u een begroting aan die structureel sluitend is in 2026 en 2027. Met de kennis van nu ontstaat vanaf 2028 een bescheiden structureel tekort.

De financiële situatie van gemeenten wordt al jaren gekenmerkt door structurele onbalans tussen taken en middelen. Hoewel het zogenaamde ravijnjaar 2026 door de Voorjaarsnota 2025 tijdelijk is opgevangen, blijft structurele duidelijkheid over het gemeentefonds uit. De gesprekken tussen rijk en gemeenten over een herziening van het financieringssysteem zijn nog gaande en zullen pas in de volgende kabinetsperiode hun beslag krijgen.

Voor Wijchen betekent dit dat het zicht op voldoende structurele inkomsten voorbij 2027 onzeker blijft. Tegelijkertijd stijgen autonome lasten: door inflatie, cao-ontwikkelingen, krapte op de arbeidsmarkt en een toenemende uitvoeringsdruk – met name in het sociaal domein en bij gemeenschappelijke regelingen. Deze externe factoren zijn vertaald in deze begroting, als ook de uitkomsten van de septembercirculaire 2025.

In 2024 en 2025 heeft het college zich voorbereid op het "ravijn" vanaf 2026. Vanwege de extra middelen uit de Voorjaarsnota van het Rijk, zijn er vooralsnog geen stevige maatregelen ingezet. Gezien de onzekerheid van landelijke keuzes over de structurele hoogte van het gemeentefonds, blijft het college kritisch op bestaande en nieuwe uitgaven. Ook om pijnlijke maatregelen in de toekomst zoveel mogelijk te vermijden.

Waar komt ons geld vandaan?

Onze inkomsten halen we vooral uit de algemene uitkering en specifieke uitkeringen, zoals de BUIG-uitkering voor de bijstandsuitkeringen. Daarnaast ontvangen wij als gemeente middelen uit de lokale heffingen zoals de OZB, riool en reinigingsheffing. Overige inkomsten komen bijvoorbeeld uit de verkoop van paspoorten en rijbewijzen. Ook halen we inkomsten uit eigen bijdragen voor zorg of sport. De verhuur of verkoop van vastgoed en grondexploitaties zorgen ook voor inkomsten.

Waar geven we ons geld aan uit?

De helft van onze gemeentelijke uitgaven gaan naar het sociaal domein (WMO, jeugdzorg en de (aanpak) van de werkloosheid). Nieuw beleid hebben we, gezien de structurele tekorten, slechts beperkt toegevoegd, onder andere op het gebied van mantelzorg, zwemveiligheid en sportvoorzieningen.

Reservepositie

Als gevolg van behoedzaam financieel meerjarenbeleid zijn onze financiële reserves ruim voldoende om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Met de resultaatbestemming van 2024 stijgt de algemene reserve in 2025 naar zo’n € 27 miljoen. Incidentele kosten van 2026, aanvulling van de reserve grote projecten, vorming van een reserve voor de incidentele kosten die gemoeid zijn met de overgang van Munitax naar de BSR, een dotatie in het onderhoudsfonds en het afdekken van het nieuwe kunstgrasveld op de Wychert brengen de hoogte van de algemene reserve op een niveau van ruim € 19 miljoen. We hebben de ondergrens vastgesteld op ruim € 10 miljoen, waarmee de algemene reserve voldoende gevuld is om eventuele tekorten af te dekken.

Daarnaast hebben we € 23 miljoen aan reserves voor specifieke bestemmingen en ruim € 26 miljoen aan afschrijvingsreserves ter afdekking van toekomstige afschrijvingskosten van investeringen waarvoor we gespaard hadden. Hiermee schommelt de solvabiliteit (eigen vermogen gedeeld door totaalvermogen) de komende jaren rond de 50%. Dat percentage wordt door de toezichthouder beoordeeld als de grens tussen ‘minst risicovol’ en ‘neutraal’.