Ga naar de inhoud van deze pagina.
Programmabegroting 2026 Programmabegroting 2026

Ontwikkeling meerjarig perspectief

Ontwikkeling meerjarig perspectief

In onderstaande tabel presenteren we de ontwikkeling van het meerjarig perspectief ten opzichte van de actuele begroting vanuit de Perspectiefnota 2025. We onderscheiden daarin het structurele resultaat, het incidentele resultaat en de winstnemingen uit de bouwgrondexploitaties.

In de kolom ‘omvang totaal’ presenteren we per thema de totale omvang van het betreffende budget in de begroting. Vervolgens nemen we onder de jaartallen 2026 t/m 2029 per jaarschijf de mutaties op t.o.v. de huidige begroting. Dat leidt opgeteld tot een nieuw begrotingsresultaat.

Structureel perspectief

Ontwikkelingen ten opzichte van de begroting Bedragen x € 1.000 Omvang totaal Begroot 2026 Begroot 2027 Begroot 2028 Begroot 2029

Begrotingssaldo 2025


-3.028

-2.528

-2.057

-1.185

Perspectiefnota 2025 mutatie


4.500

3.935

1.542

1.641

Begrotingssaldo Perspectiefnota 2025

147.199

1.472

1.407

-515

-174







Gemeentefonds algemene uitkering vrij besteedbaar

91.548

339

168

124

72

Jeugdzorg (speerpunt jeugd, programma 6)

14.459

23

4

11

17

WMO (speerpunt WMO, programma 6)

11.755

39

46

51

52

Kapitaallasten

4.980

59

-13

-13

-12

Effect kostenverdeelstaat tarieven en leges

9.648

-37

-50

-50

-41

Rente (paragraaf financiering)


349

571

462

215

Overige mutaties bestaand beleid


139

-530

-709

-741

Structureel saldo op bestaand beleid


2.382

1.603

-639

-612

Nieuw beleid


-692

12

20

30

Invulling motie OZB 7,5% stijging uitstel

13.220

-961

-992

0

0







TOTAAL STRUCTUREEL SALDO


729

623

-619

-582

Totaal meerjarig perspectief

Bedragen x € 1.000 2026 2027 2028 2029

Structureel perspectief

729

623

-619

-582

Incidenteel perspectief

-197

-36

-53

0

Incidenteel perspectief bouwgrond

197

0

0

0

Totaal Programmabegroting 2026

729

587

-672

-582

Bij de Perspectiefnota gingen we uit van een structureel resultaat van ongeveer € 1,5 miljoen in 2026 en 2027. Vanaf 2028 werd een bescheiden structureel tekort verwacht. Op bestaand beleid zien we een stabiel beeld. De kosten voor Jeugd, WMO en BUIG blijven op het niveau van de verwachting uit de Perspectiefnota. De kosten voor de WDW worden positief bijgesteld in 2026 vanwege de afgesloten cao. Meerjarig nemen we hogere kosten op vanwege indexatie. Dit wordt gecompenseerd door hogere rentebaten en een kleine positieve bijstelling uit de septembercirculaire.

Het college is terughoudend geweest in het voorstellen van nieuw beleid. Daarbij is rekening gehouden met opgaven vanaf 2028. Het voorgestelde nieuw beleid is in lijn met de bestaande ambities zoals het coalitieakkoord en het strategisch kompas.

Op het gebied van de OZB voert het college de aangenomen motie uit bij de Perspectiefnota 2025. De beoogde verhoging van 7,5% vanaf 2026 schuift door naar 2028. In 2027 beoordelen we dit perspectief opnieuw.

Ondanks de OZB verhoging in 2025, staat Wijchen nog altijd op de 79e plek van Nederlands gemeenten met de laagste woonlasten. Als we kijken naar de verhouding OZB woning/ niet-woning, dan zien we dat Wijchen ten opzichte van de regio een gemiddeld OZB tarief hanteert voor woningen. Voor niet-woningen is het tarief in Wijchen aanmerkelijk lager dan het regionaal gemiddelde. We stellen voor in de richting van het regionaal gemiddelde te bewegen en dit in een voorstel uit te werken in de Perspectiefnota 2026.

Met voorliggende begroting sluiten we de huidige bestuursperiode af met een solide meerjarenbegroting, die ondanks de kortingen in het gemeentefonds vanaf 2028 een overbrugbaar begrotingstekort laat zien. Hierop kunnen we verder bouwen aan een gemeente Wijchen, waarin het fijn wonen, werken, ondernemen en ontspannen is.