Ga naar de inhoud van deze pagina.
Programmabegroting 2026 Programmabegroting 2026

Uitgangspunten

Uitgangspunten

De programmabegroting 2026 is het vertrekpunt voor het opstellen van meerjarenramingen 2027-2029. Bij deze meerjarenbegroting zijn de volgende financiële uitgangspunten gehanteerd.

• We houden in onze structurele begroting een buffer aan voor onvoorziene kosten.

• Als we onze budgetten overschrijden moeten we dat binnen het programma zelf opvangen.

• Structurele tekorten vangen we op door blijvende maatregelen te treffen.

• Tekorten die eenmalig ontstaan vangen we op door incidentele maatregelen te treffen.

• Als we nieuwe beleidstaken en geld krijgen van de rijksoverheid, dan labelen we die één op één voor het beoogde doel. Wij streven ernaar om de uitvoering van de nieuwe taken te betalen met deze middelen. Met de gelabelde gelden dekken we ook structureel de organisatie- en uitvoeringskosten binnen de Werkorganisatie Druten Wijchen.

• We kunnen alleen structureel nieuw beleid starten als er structureel extra geld is, of als we oud beleid inruilen voor het nieuwe beleid.

• Als we de Perspectiefnota of Begroting bespreken, wegen we af welke extra uitgaven nuttig en nodig zijn en wat het belangrijkst is. Buiten deze beslissingsmomenten kan geen extra incidenteel of structureel geld uitgegeven worden. Behalve als de gemeenteraad daar akkoord voor geeft.

Indexering

Op basis van de meicirculaire 2025 worden zowel de inkomsten- als de uitgavenkant gemuteerd. Voor gemeenschappelijke regelingen houden we voor 2026 de vastgestelde begrotingen door de GR’en aan. Voor de overige jaren houden we de index uit de meicirculaire aan (combinatie loon 70% en prijs bruto binnenlands product 30% aan). Bij het opstellen van de begroting zijn we voor het meerjarenperspectief uitgegaan van hieronder opgenomen percentages prijscompensatie.


2026 2027 2028 2029

Contract

2,70%

2,60%

2,50%

2,60%

BRN

2,71%

4,32%

3,72%

3,90%

Contracten sociaal domein

5,13%

2,60%

2,50%

2,60%

Loon

2,00%

5,10%

4,20%

4,50%

Subsidie

Maatwerk

Maatwerk

Maatwerk

Maatwerk


Indexering stichting MeerVoormekaar

Vanaf 2026 hanteren we voor Stichting MeerVoormekaar het door de VNG landelijk geadviseerde indexpercentage voor Jeugdwet en WMO. Hiermee gaan we tevens gelijk op met Druten als subsidieverstrekker en het regio- breed gehanteerde percentage bij de inkoop van Jeugd en WMO. Voor 2026 bedraagt deze index +5,13%. We wijken hiermee af van het maximaal kader dat is vastgesteld in de Perspectiefnota 2022, die gerelateerd werd aan de indexering in de meicirculaire.

Het principe van maatwerk per subsidieaanvraag is nog steeds van kracht. We zien dat de loonkosten in het sociaal domein de afgelopen jaren bovengemiddeld zijn gestegen. Stichting MeerVoormekaar geeft dit zelf ook aan. Het landelijke advies van de VNG om een reële indexering toe te passen in het sociaal domein sluit hierbij aan.

Het door de VNG landelijk geadviseerde indexpercentage voor Jeugdwet en WMO is een goede richtlijn. Zorgaanbieders bieden zowel begeleiding, zorg als ondersteuning. Dit heeft raakvlakken met de ondersteuning en begeleiding die een welzijnsinstelling ook biedt. Daardoor is het gerechtvaardigd dezelfde indexering te gaan hanteren. Door het toepassen van deze index- methode verwachten we ook geen discussies meer met Stichting MeerVoormekaar over loonkosten en de indexering daarvan.

BBV

Deze programmabegroting is opgesteld naar de richtlijnen van het Besluit begroting en verantwoording (BBV). In december 2023 heeft de commissie BBV een aantal notities geactualiseerd. Het betreft de notities Rente, Overhead en Grondexploitatie. Alle notities zijn van toepassing met ingang van begrotingsjaar 2025.

Rente

De belangrijkste wijziging uit de notitie Rente betreft een aanpassing in de toerekening van de rentelasten aan de grondexploitaties. Tot en met 2023 was het alleen toegestaan om de werkelijke rente over het vreemd vermogen (naar rato) toe te rekenen aan de grondexploitaties. Dit geldt ook voor de toekomstige rentelasten. Met ingang van boekjaar 2025 (en eventueel 2024) wordt voor grondexploitaties geen onderscheid meer gemaakt in het BBV, waardoor de rentetoerekening plaatsvindt op basis van de reguliere omslagrente. We hebben dit al vertaald in de vastgestelde grondexploitaties.

Overhead

De commissie BBV heeft in de notitie Overhead 2023 de regelgeving met betrekking tot de toerekening van Overhead geactualiseerd, verduidelijkt en samengevoegd in één notitie. De belangrijkste uitspraken en aanbevelingen zijn als volgt:

Stellige uitspraak: voor de berekening van de tarieven voor de lokale heffingen moet de methodiek voor toerekening van overhead worden gebruikt zoals deze is opgenomen in de financiële verordening. Deze methodiek mag niet afwijken van de overige methodieken voor het toerekenen van overhead. Dit passen we in Wijchen al toe.

Aanbevelingen: de commissie adviseert om overhead niet bij de begroting vorm te geven maar door middel van de financiële verordening of door een notitie overhead aan Provinciale Staten/ gemeenteraad/ algemeen bestuur voor te leggen en deze periodiek te herzien. Ook dit pasten we in Wijchen al toe.

Notitie Grondexploitatie

De belangrijkste wijzigingen in de notitie grondexploitatie zien toe op de wijzigingen ten aanzien van de omgevingswet, die onder andere hebben geleid tot een aanpassing van de lijst met verhaalbare kostensoorten. Deze wijzigingen zijn ingegaan, in verband met de invoering van de Omgevingswet, per 1 januari 2024. Deze wijzigingen hebben met name invloed op verslaggevingsaspecten bij faciliterend grondbeleid. De overige wijzigingen zien met name toe op de voorwaarden voor warme gronden, de voorbereidingskosten en gemengde projecten. Daarnaast is de rentetoerekening, zoals hierboven bij de notitie rente is toegelicht, gewijzigd. We hebben dit al vertaald in de vastgestelde grondexploitaties.