Ga naar de inhoud van deze pagina.
Programmabegroting 2026 Programmabegroting 2026

Kengetallen

Kengetallen

In onderstaande tabel houden we de categorisering aan, waarbij de arcering van groen als zijnde het minst risicovol, via oranje, tot rood wat de meest risicovolle situatie aanduidt.

De nettoschuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De nettoschuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Voor Wijchen is dit relatief laag. Doordat we in het meerjarenperspectief rekening houden met aan te trekken leningen, stijgt dit wel enigszins, maar het blijft op een gezond niveau.

Op het gebied van solvabiliteit scoort de gemeente Wijchen op de grens van “goed” (groen) en “matig” (oranje), wat op zichzelf niet alarmerend is en tevens nog te nuanceren valt. De solvabiliteit wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal (eigen vermogen + vreemd vermogen). In ons balanstotaal is onder het vreemd vermogen een aanzienlijk deel opgenomen voor leningen, welke niet voor eigen financiering zijn aangetrokken, maar door zijn verleend aan derden als gevolg van voormalige gemeentelijke taken en bouw AZC. Dit verlaagt en vertroebelt daarmee in feite het solvabiliteitspercentage. Doordat we ervoor gekozen hebben niet langer te sparen voor vervangingen wegen en verlichting en een aantal grote investeringen aan het voorbereiden zijn, neemt de leningportefeuille toe en daalt het solvabiliteitspercentage.

De structurele exploitatieruimte is tot 2028 positief. Vanaf 2028 presenteren we een negatief structureel begrotingssaldo vanwege het gat in de algemene uitkering.

Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Hoe groter dit getal, hoe hoger het risico. De grondexploitaties van Wijchen vertegenwoordigen een beperkte boekwaarde, daarmee is het risico beperkt.

De lokale lasten in Wijchen stijgen mee met de inflatie. De systematiek is dat de lasten 2025 worden vergeleken met het landelijke gemiddelde. Met de voorgestelde stijgingen vanaf 2028 in het OZB-tarief verwachten we richting het gemiddelde te gaan bewegen. Omdat we niet kunnen anticiperen op besluitvorming bij andere gemeenten, kunnen we daar meerjarig geen cijfer aan verbinden.