Coalitiespeerpunten
Thema's
6-f Zorg en veiligheid
We zorgen voor een veilige leefomgeving. Inwoners en professionals weten waar zij signalen en zorgen over onveilige situaties kunnen delen. Jeugdoverlast en drugsproblematiek zijn in beeld en pakken we aan. Zorgmijders die een gevaar zijn voor zichzelf of voor anderen, bieden we ondersteuning. Huiselijk geweld en kindermishandeling signaleren we tijdig met onze ketenpartners en zetten hier passende hulp voor in.
|
Wat gaan we doen? |
|---|
|
We werken samen met onderwijs, politie, jongerenwerk, regieteam, boa’s, straatcoaches, veilig thuis en zorgpartijen. Hiervoor hebben we diverse overlegorganen. Met bovenstaande partners werken we samen om overlast gevende jeugdigen en volwassenen te voorkomen of te beheersen. |
|
Via regieteam en ketenpartners zetten we trajecten in gang, zoals bemoeizorgtraject en GGZ in de Wijk voor zorgmijders en bij inwoners met complexe problematiek. |
|
Met het regionale en lokale plan huiselijk geweld en kindermishandeling als leidraad, werken we aan het signaleren en aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling. |
6-g begroting Jeugdwet
De begroting 2025 van Jeugd laat in totaal een uitzetting zien van afgerond € 1,6 miljoen in 2025. Door diverse beheersmaatregelen loopt dit tekort af richting afgerond € 0,8 miljoen in 2028. De oorzaak van deze uitzetting zit zowel in de bijstelling van de eenheden zorggebruik (q), als in de indexering van de tarieven (p). Tevens zorgt een kleine groep jeugdigen met zware zorg nog steeds voor een relatief groot deel van de totale kosten van Jeugd.
Daarnaast hebben de aanbestedingen Jeugd 2025 en de verwachte kostenstijging op de regionaal ingekochte jeugdzorg (zie ook winstwaarschuwing perspectiefnota 2024) effect op het meerjarenperspectief.
|
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
|---|---|---|---|---|
|
Actuele begroting thema jeugd |
17.712 |
17.768 |
18.047 |
18.448 |
|
Begroting 2025 |
|
|
|
|
|
Dagbehandeling |
1.129 |
1.098 |
1.083 |
1.079 |
|
Verblijf |
4.593 |
4.574 |
4.693 |
4.810 |
|
Ambulant |
6.411 |
6.220 |
6.052 |
5.898 |
|
GGD zorg |
4.034 |
3.969 |
4.027 |
4.126 |
|
Bescherming/reclassering |
1.161 |
1.191 |
1.223 |
1.254 |
|
PGB |
154 |
158 |
162 |
166 |
|
Overig |
1.876 |
1.911 |
1.949 |
1.988 |
|
Totaal Jeugd |
19.359 |
19.122 |
19.189 |
19.321 |
|
Mutaties t.o.v. actuele begroting |
|
|
|
|
|
Dagbehandeling |
-42 |
17 |
60 |
92 |
|
Verblijf |
-16 |
-17 |
-17 |
-18 |
|
Ambulant |
-1.130 |
-938 |
-725 |
-443 |
|
GGD zorg |
-228 |
-261 |
-291 |
-298 |
|
Bescherming/reclassering |
211 |
211 |
217 |
223 |
|
PGB |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
OVerig |
-79 |
-79 |
-79 |
-79 |
|
Totaal mutaties Jeugd |
-1.334 |
-1.068 |
-836 |
-523 |
|
Indexering |
-303 |
-286 |
-306 |
-310 |
|
Totaal jeugd incl. index |
-1.647 |
-1.353 |
-1.143 |
-833 |
Aanbestedingen Jeugd 2025
De regionale inkoop van de ambulante producten en jeugdzorg met verblijf zorgt voor nieuwe contracten in 2025. De uitkomsten van deze aanbestedingen zijn nog niet bekend. In voorliggende begroting is op onderdelen, op basis van aannames, al wel (deels) rekening gehouden met het verwachte effect van deze aanbestedingen. Een voorbeeld hiervan is dat er rekening is gehouden met een ingeschat effect bij ambulante behandeling waarvan vanaf 2025 ook indirecte tijd in rekening gebracht mag worden.
Indexering tarieven (prijseffect)
De indexering van de tarieven zorgt voor een deel van de uitzetting van de Jeugdbudgetten. De regionale index 2025 bedraagt +4,0%. Bij vervoer Jeugd stijgen de prijzen bovengemiddeld, omdat na tariefonderzoek deze niet toereikend bleken te zijn. We weten nog niet of we in het gemeente fonds gecompenseerd gaan worden voor de hoge indexeringen ten aanzien van de jeugdzorg.
Winstwaarschuwing kostenstijging Jeugd vanaf 2025
In de perspectiefnota 2024 is een (regionale) winstwaarschuwing opgenomen in de vorm van een verwachte kostenstijging voor de regionaal ingekochte jeugdzorg van +10%, bovenop de reguliere indexering. In de Perspectiefnota 2024 is dit op hoofdlijnen gekwantificeerd als risico met een omvang van 1,5 miljoen kostenstijging structureel.
De oorzaak voor deze stijging is divers. Denk hierbij aan de verdere transformatie naar kleinschaligheid. Daarnaast zorgen krapte op de arbeidsmarkt en de cao-stijging van de afgelopen jaren voor stijgende tarieven. Deze verwachte kostenstijging is dus niet direct het gevolg van de lopende aanbestedingen op Jeugd. Hadden we bijvoorbeeld de essentiële functies niet op G7- niveau ingekocht, maar regionaal, dan was ook sprake van deze stijging. Gezien alle mutaties in producten, declarabele tijd, verdere ombouw naar kleinschaligheid, de nog onbekende uitkomsten van de inschrijvingen (via het intensiteitenmodel) en de verschuivingen in zorggebruik, is het maken van een gedetailleerde doorrekening voor 2025 en verder niet goed mogelijk. Daarnaast weten we nog niet hoe het nieuwe kabinet gaat acteren op deze onderdelen.
In voorliggende begroting is op onderdelen, op basis van aannames, al wel (deels) rekening gehouden met het verwachte effect van deze winstwaarschuwing. Dit is bij de onderdelen kleinschalig wonen, gesloten jeugdzorg en spoed verblijf.
Een deel van de winstwaarschuwing blijft dus van kracht. In dat kader zijn we benieuwd naar hoe in het gemeentefonds wordt omgegaan met de indexeringen in het cluster Jeugd en of dit nog tot (extra) compensatie leidt in de nabije toekomst.
Buiten de indexering van de tarieven om, stellen we ook de eenheden zorggebruik bij op basis van de halfjaarduiding 2024. Hieronder per categorie de belangrijkste ontwikkelingen op hoofdlijn beschreven:
Dagbehandeling
Bij de categorie dagbehandeling leidt de bijstelling op eenheden per saldo vanaf 2026 tot een voordeel, als gevolg van concrete beheersmaatregelen. De eenheden van de bouwsteen dagbehandeling stellen we naar beneden bij. We gaan er vanuit dat het omzetten van dagdelen naar uren een lagere toekenning tot gevolg zal hebben. Dit omdat we beter maatwerk kunnen toekennen en niet vastzitten aan een vast toe te kennen dagdeel. We zetten de beheersmaatregel in om dagbesteding en de producten Eerste stap alleen nog toe te kennen passend bij de kaders van de jeugdwet. Dit betekent dat de toekenning als respijtzorg niet meer kan zonder dat er sprake is van problematiek bij de jeugdige. We doen hierbij een beroep op de eigen draagkracht van gezinnen en hun netwerk. En verwijzen waar nodig naar andere mogelijkheden zoals de SMI regeling of het kindpakket bij financiële problematiek. Verder gaan we inzetten op het terugdringen van thuiszitters door de inzet van een algemene voorziening.
Verblijf
Bij de categorie verblijf is nog veel onduidelijk i.v.m. de verschuiving naar het nieuwe product van de essentiële functies. Voor een aantal producten die naar de essentiële functies verschuiven hebben we een buffer gerealiseerd waaruit we de eventuele kosten stijging van deze nieuwe functies en tarieven kunnen compenseren. Denk hierbij aan kleinschalig wonen, jeugdzorg plus en spoedopvang met verblijf.
De (landelijke) beweging naar kleinschaligheid zal een opdrijvend prijseffect hebben. Dit omdat deze producten duurder zijn. De kwaliteit van zorg is bij de kleinschalige woonvoorzieningen beter voor de jeugdige.
Bij verblijf is de beïnvloedbaarheid minimaal op het gebruik en de kosten. Verwijzingen lopen meestal via medisch specialisten en gecertificeerde instellingen. Wanneer het sociaal team verwijst is dit in samenwerking met zorgprofessionals die adviseren. We zetten in op het voorkomen van verblijf vroegtijdiger in het proces. Als de jeugdige eenmaal in verblijf is, blijkt afschalen en uitstromen een langdurig proces. Door het gebrek aan woningen en appartementen voor jeugdige wordt de uitstroom uit verblijf ook bemoeilijkt. Dit zien we in Wijchen met name bij het fasehuis/leerhuis. Als beheersmaatregel onderzoeken we met de afdeling RO de mogelijkheden om hier meer woonaanbod op te ontwikkelen. Hierbij bijvoorbeeld te denken aan verkamering van woningen door Talis.
Ambulant
Bij de categorie ambulant zien we een stijging in het meerjarenperspectief. Deze wordt voornamelijk veroorzaakt door de producten reguliere en specialistische begeleiding en ambulante behandeling. We hebben de stijging naar beneden bijgesteld omdat we in lijn met de hervormingsagenda anders willen gaan werken binnen het sociaal team. Hiervoor schrijven we een implementatie plan hoe we meer uitvoering kunnen gaan geven aan ondersteuning vanuit het sociaal team. We willen dit operationeel hebben vanaf 2025 om naar deze nieuwe robuuste sociale teams toe te groeien. Dit gaat betekenen dat er minder indicaties afgegeven worden omdat we de ondersteuning deels zelf gaan bieden. We gaan er vanuit vanaf 2026 het effect te kunnen zien van deze beheersmaatregel en hebben de begroting daar op aangepast.
Jeugd GGZ
Bij de categorie GGZ zien we een stijging in het meerjarenperspectief. Dit wordt veroorzaakt door basis GGZ en specialistische GGZ. Op de GGZ bedden zien we meerjarig een voordeel. Kanttekening dat de zorg op deze bedden zich lastig laat inschatten. We ramen daardoor voor 1 cliënt op 1 van de bedden voor een geheel jaar.
Als beheersmaatregel zetten we voor de basis en specialistische GGZ in op de GEM (Ecosysteem Mentale Gezondheid) ateliers vanuit het regioprogramma jeugd om op een andere manier naar de zorgvragen binnen de GGZ te kijken. We verwachten echter dat het een aantal jaren duurt voordat we daar de effecten van zien. Daarnaast gaan we de input vanuit de GGD monitor meer gebruiken voor de inzet van algemene voorzieningen.
Bescherming / reclassering
Bij de categorie jeugdbescherming/ reclassering zien we een meerjarig voordeel. Dit komt door een compensatie vanuit het Rijk voor de eerder gemelde tarief stijgingen om aan de landelijke caseload norm te voldoen. Daarnaast hebben we geen productie op een aantal nieuwe vervangende producten waardoor we de begroting bijstellen.
PGB
Geen bijzonderheden meerjarig. We laten deze categorie ongewijzigd.
Overig
De uitzetting bij deze categorie wordt volledig veroorzaakt door een toename van het zorggebruik van het Landelijk transitie arrangement (LTA). Afgelopen jaar zagen we een daling in het aantal jeugdige in LTA verblijf, maar een stijging in de ambulante LTA. De beïnvloedbaarheid van de gemeente is nihil. De verwijzingen gaan via de gecertificeerde instellingen en de medische specialisten. Het grootste aandeel van deze jeugdigen krijgt zorg gerelateerd aan GGZ of gedragsproblematiek met een verstandelijke beperking.
We begroten deze zorgvorm meerjarig en hanteren daarbij, i.v.m. de onvoorspelbaarheid en volatiliteit, als uitgangspunt het gemiddelde van de afgelopen vier jaren. Volgens deze methodiek ramen we structureel € 79k bij.
Beïnvloedbaarheid zorggebruik
Er is een onderscheid tussen te beïnvloeden zorggebruik en zorggebruik waar we als gemeente nauwelijks tot geen invloed op hebben. De zorgvormen waar de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente minimaal zijn, betreft met name jeugdhulp met verblijfszorg, landelijke transitie arrangementen en opgelegde zorg. Juist in deze categorieën zorgt een kleine groep jeugdigen met zware zorg voor een groot deel van de totale kosten van Jeugd.
Ter indicatie: de top 25 duurste jeugdzorgtrajecten hebben in 2023 een omvang van afgerond € 4 miljoen in totaal. Voor de top 5 duurste jeugdzorgtrajecten is dit in totaal afgerond € 1,2 miljoen. Dit wordt mede veroorzaakt door stapeling van zorgvormen binnen dit arrangement.
Hervormingsagenda Jeugd
De hervormingsagenda jeugd en het regioprogramma jeugd zijn vastgesteld, de eerste evaluatie over 2023 is aan de raad verspreid. We zijn dit jaar de lokale vertaling aan het maken van deze programma’s. Het plan hiervoor ligt voor bij de stuurgroep. We zullen om te voldoen aan de hervormingsagenda zelf ondersteuning moeten gaan bieden vanuit het sociaal team. Hoe dit eruit gaat zien wordt nu uitgewerkt en koppelen we over terug in de tweede informatienota en monitor verslag.
Taakstelling Rijk
Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg. Deze besparing (oplopend tot € 511 miljoen in 2027) was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg op de aanvullende post van het ministerie van Financiën. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing structureel te laten vervallen. Voor de gemeente Wijchen is dit een budget neutrale actie. Het behalen van deze taakstelling was expliciet een Rijksverantwoordelijkheid en daarom ook op die manier verwerkt in de begroting.
6-h Begroting WMO
De begroting 2025 van WMO laat in totaal een uitzetting zien van € 503k in 2025 oplopend naar € 1.199k in 2028. De oorzaak van deze uitzetting zit zowel in de bijstelling van de eenheden zorggebruik (q), als in de indexering van de tarieven (p).
|
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
|---|---|---|---|---|
|
Actuele begroting thema WMO |
10.600 |
10.494 |
10.770 |
11.046 |
|
Begroting 2025: |
|
|
|
|
|
Huishoudelijke hulp |
4.743 |
5.188 |
5.539 |
5.912 |
|
Begeleiding |
3.050 |
3.128 |
3.207 |
3.286 |
|
Hulpmiddelen |
1.093 |
1.106 |
1.134 |
1.162 |
|
Dagbesteding |
922 |
949 |
980 |
1.003 |
|
Woonvoorziening |
411 |
422 |
433 |
444 |
|
PGB |
420 |
431 |
442 |
453 |
|
Overig |
255 |
258 |
262 |
263 |
|
Stelpost gevolgen landelijk beleid eigen bijdragen |
210 |
-276 |
-279 |
-279 |
|
Totaal WMO |
11.103 |
11.205 |
11.718 |
12.245 |
|
Mutaties t.o.v. actuele begroting |
|
|
|
|
|
Huishoudelijke hulp |
-230 |
-442 |
-667 |
-912 |
|
Begeleiding |
-176 |
-181 |
-186 |
-190 |
|
Hulpmiddelen |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Dagbesteding |
-44 |
-45 |
-46 |
-47 |
|
Woonvoorzieningen |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
PGB |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Overig |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Totaal mutaties WMO |
-450 |
-668 |
-898 |
-1.149 |
|
Indexering |
-53 |
-43 |
-49 |
-50 |
|
Totaal WMO incl. index |
-503 |
-711 |
-947 |
-1.199 |
Indexering tarieven (prijseffect)
De indexering van de tarieven zorgt voor een uitzetting van de WMO-budgetten. In de Perspectiefnota 2024 was al rekening gehouden met de verwachte prijseffecten van de aanbesteding WMO 2025. De regionale index 2025 bedraagt +4,0%. Daarnaast hanteren we voor de huishoudelijke hulp een index van +5%. Het definitieve tarief 2025 is nog niet bekend i.v.m. de lopende aanbesteding.
Buiten de indexering van de tarieven om, stellen we ook de eenheden zorggebruik bij op basis van de halfjaarduiding 2024. Hieronder per categorie de belangrijkste ontwikkelingen op hoofdlijn beschreven:
Huishoudelijke hulp Door de vergrijzing zien we het aantal gebruikers van hulp bij het huishouden stijgen. Het eerste half jaar van 2024 ging het om een toename van 50 klanten. Inmiddels maken 1344 klanten gebruik van deze ondersteuning. Tot op heden hebben wij effecten van de demografische ontwikkeling niet meegenomen in de meerjarige begroting. Sinds 2022 kunnen gemeenten met het Wmo voorspelmodel zien hoeveel mensen de komende vijf jaar gebruik zullen maken van Wmo-voorzieningen, bij ongewijzigd beleid. Dit model, dat mede is ontwikkeld door de VNG, laat zien dat wij in Wijchen bij ongewijzigd beleid de komende jaren een jaarlijkse stijging van gebruikers van de huishoudelijke hulp kunnen verwachten. Dit is onder andere gebaseerd op de toename van het aandeel 65+ers in onze bevolking van 9458 (2024) naar 10.595 (2028). In deze meerjarenbegroting, die wij mede hebben gebaseerd op het WMO voorspelmodel, gaan we uit van cumulatieve groei van 4%. We blijven de groei uiteraard nauwgezet volgen.
Dit leidt op dit onderdeel tot een uitzetting van de kosten ten opzichte van de eerdere meerjarige begroting.
Begeleiding
Bij specialistische begeleiding zien we sinds 2024 een forse toename van het aantal klanten. De toename zien we vooral bij aanbieders die ondersteuning bieden aan inwoners met een psychische problematiek. Hierdoor neemt het aantal ingezette uren ondersteuning toe en verwachten we in 2024 2000 uren begeleiding meer in te zetten dan geraamd. We verwachten dat dit een blijvende trend is en nemen daarom de verwachte ureninzet voor 2024 structureel als uitgangspunt bij de meerjarenbegroting. Dit resulteert in een uitzetting van de kosten.
Hulpmiddelen
Op 1 juni 2024 zijn de nog uitstaande hulpmiddelen van Medipoint overgenomen door Welzorg. De meerkosten van deze overname zijn al meerjarig meegenomen in de begroting. We zien nu geen noodzaak de begroting voor 2025 en verder aan te passen.
Dagbesteding
We zien een toename van het gebruik van de dagbesteding. Door het feit dat inwoners ouder worden en langer zelfstandig wonen zien wij de deelname van ouderen aan dagbegeleiding stijgen. De kosten voor het vervoer naar deze dagbegeleiding nemen daarmee ook toe.
Woonvoorzieningen
Het onderdeel woonvoorzieningen is een openeindfinanciering en afhankelijk van het daadwerkelijk aantal aanvragen. We zien nu geen noodzaak de begroting voor 2025 en verder aan te passen.
Persoonsgebonden budget (PGB) Op basis van recente informatie van de Sociale verzekeringsbank blijft deze categorie ongewijzigd.
Stelpost gevolgen landelijk beleid eigen bijdragen
Het huidige abonnementstarief wordt naar verwachting in 2026 afgeschaft. Het wetsvoorstel om dit te realiseren is nog niet aangenomen. Bedoeling is om weer een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren, die burgers moeten betalen bij gebruik van een of meer Wmo-voorzieningen waarvoor nu het abonnementstarief verschuldigd is. Er is nog veel onduidelijk over de financiële effecten en de gedragseffecten van de herinvoering van de inkomensafhankelijke bijdrage. Dit komt mede doordat er nog tal van inhoudelijke keuzes gemaakt moeten worden. In de meicirculaire 2023 zaten twee mutaties m.b.t. de Eigen bijdrage WMO. Namelijk het terugdraaien van de eigen bijdrage huishoudelijke hulp WMO vanaf 2025 (afschaffen abonnementstarief) en het herinvoeren van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo 2015 breed. Omdat de lokale effecten van deze aangekondigde wetswijzigingen lokaal nog niet financieel zijn te maken, zijn deze op een stelpost geparkeerd.
Beinvloedbaarheid zorggebruik
Bij Wmo zien we dat er sprake is van vergrijzing, langer thuis blijven wonen en de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Op deze onderdelen hebben we geen invloed op het aantal zorggebruikers, maar kunnen we wel sturen op de juiste grondslag en doorverwijzen naar de Wet langdurige zorg (WLZ) als dit voorliggend is.
Indexatie WMO demografie
De VNG en het Rijk hebben afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op deze uitwerking worden gemeenten in de septembercirculaire 2024 gecompenseerd in de vorm van een aanvullende indexering voor demografie. Voor Wijchen betekent dit een compensatie van € 167k in 2026 oplopend tot € 534k in 2029, wat slechts ten dele de meerkosten dekt die we hierop meenemen. De compensatie maakt onderdeel uit van de hogere algemene uitkering binnen het thema.
6-i Begroting BUIG
Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Voorafgaand aan het nieuwe jaar ontvangen we van het ministerie van SZW in de maand september de beschikking over het voorlopig budget. Tevens ontvangen we in diezelfde maand de definitieve beschikking over de hoogte van het budget BUIG over het lopende jaar.
Het macro budget wordt berekend via een objectief verdeelmodel. Hierbij hanteert het Rijk het uitganspunt dat voor alle gemeenten samen een toereikend macrobudget wordt vastgesteld. Voor deze begroting gaan we uit van het laatst bekende budget
Na een stabilisatie van het bestand in 2023 zien we vanaf het voorjaar 2024 een hele lichte stijging van het bestand. Daarom hebben we een groeipercentage van het verwachte aantal bijstandsontvangers in de perspectiefnota 2024 opgenomen. De mutatie van het saldo hebben we eveneens meegenomen in de perspectiefnota 2024 en is de begroting hiermee aangepast. De ontwikkelingen rond de bijstand aantallen houden we scherp in de gaten.
Participatiewet in Balans
De nieuwe Participatiewet en de wet Maatwerk bij terugvordering treden naar verluid per 1 januari 2025 in werking. Het (oude) kabinet heeft het wetsvoorstel voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Deze onderschrijft nut en noodzaak van de aanpassing van de Participatiewet. Ook benadrukt de Raad het belang van het fundamenteel herzien van de wet. De parlementaire behandeling moet evenwel nog plaatsvinden. Dit is echter nog niet bekend.
De menselijke maat en het evenredigheidbeginsel zijn de nieuwe sleutelbegrippen. Naast de implementatie van beleid en regelgeving vraagt dit ook veel van de uitvoering (front- en backoffice). Het kabinet wil in de dienstverlening aan mensen met een bijstandsuitkering meer uitgaan van vertrouwen. Ook moet de uitvoering voor gemeenten gemakkelijker worden en mogen professionals meer rekening houden met wat er speelt in iemands leven. Omdat de nieuwe Participatiewet en de wet Maatwerk bij terugvordering voor veel veranderingen in beleid en uitvoering zorgdraagt overwegen we een projectleider aan te stellen. In de begroting 2025 is hiermee nog geen rekening gehouden.
|
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
|---|---|---|---|---|
|
Stand 1 januari |
695 |
699 |
702 |
706 |
|
Reguliere in/uitstroom |
3 |
3 |
3 |
4 |
|
Stand 31 december |
699 |
702 |
706 |
709 |
|
Stand 31 december in Perspectiefnota 2024 |
699 |
702 |
706 |
709 |
|
Mutatie |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
x € 1.000 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
|---|---|---|---|---|
|
Actueel saldo BUIG Perspectiefnota 2024 |
-419 |
-453 |
-500 |
-484 |
|
Opbrengsten BUIG |
12.518 |
12.904 |
13.302 |
13.699 |
|
Kosten BUIG |
13.294 |
13.679 |
14.086 |
14.489 |
|
Saldo BUIG begroting 2025 |
-776 |
-775 |
-784 |
-790 |
|
Mutatie structureel t.o.v. perspectiefnota 2024 |
-357 |
-322 |
-284 |
-306 |
In de Perspectiefnota presenteerden we na 2024 een licht stijgende lijn in aantallen. Hierbij speelt mee dat een steeds groter wordende groep onafgebroken afhankelijk is van een uitkering. Deze lijn houden we in de begroting 2025 vast. Hierbij speelt ook de verhoogde taakstelling statushouders 2025 mee. Statushouders zijn in de regel afhankelijk van een bijstandsuitkering.
De kostenstijging wordt veroorzaakt door indexatie van de uitkeringsbedragen.
6-J Vluchtelingen, internationale werknemers en huisvesting
|
Wat gaan we doen? |
|---|
|
Continueren opvang ontheemden Oekraïne We hebben een aanbesteding voor locatieleiding en beveiliging in behandeling in 2024 en zullen met de gegunde partij afspraken maken voor tweede helft 2024 en de verdere duur van de regeling voor ontheemden uit Oekraïne in 2025 en verder. Samen met het Rijk van Nijmegen intensiveren we de samenwerking voor de nul-vleugel (opvang met zorg) en inzet Sterker als maatschappelijk werk. |
|
Continueren Tussenthuis In september 2024 opent het Tussenthuis voor statushouders. We zetten in op het goed landen van de statushouders in onze gemeenschap door extra aandacht te besteden aan het samenleven in de buurt en het begrijpen van de normen en waarden in Nederland. Ook starten we direct de inburgering op zodat statushouders zo goed mogelijk voorbereid uit kunnen stromen naar hun uiteindelijke woning of appartement. We werken intensief samen met Talis voor doorstroom naar definitieve huisvesting en met de huismeesters voor sociale samenhang in het TussenThuis en de buurt. |
|
Realiseren AZC We gaan verder met de ontwikkeling van een AZC middels een aanbesteding. Ook zullen we benodigde vergunningen aanvragen en hierbij het participatie traject doorlopen. Om de aanwonende optimaal te kunnen betrekken starten we een klankbordgroep op voor aanwonenden en bedrijven in de loop van 2024 met een voortgang in 2025. Dit doen we samen met het COA |
|
In 2025 bieden we het lokale beleidskader huisvesting internationale medewerkers voor vaststelling aan de gemeenteraad. Hierin borgen we de huisvesting, de registratie en stellen we de internationale werknemer centraal. Daarnaast zorgen we voor kaders voor communicatie en participatie, controle en handhaving en stemmen we regionaal af. |
|
Statushouders : We spannen ons gezamenlijk met Talis in om te voldoen aan de taakstelling. Dit doen we onder andere door de inzet van het TussenThuis. |