Ga naar de inhoud van deze pagina.
Programmabegroting 2025 Vastgestelde Programmabegroting 2025

Ontwikkeling meerjarig perspectief

Ontwikkeling meerjarig perspectief

In onderstaande tabel presenteren we de ontwikkeling van het meerjarig perspectief ten opzichte van de Begroting 2024. Bij de onderwerpen geven we aan waar u de onderbouwing van de mutaties kunt terugvinden in deze begroting.

In de kolom ‘omvang totaal’ presenteren we per thema de totale omvang van het betreffende budget in de begroting. Vervolgens nemen we onder de jaartallen 2025 t/m 2028 per jaarschijf de mutaties op t.o.v. de huidige begroting. Dat leidt opgeteld tot een nieuw begrotingsresultaat.

Structureel perspectief

Ontwikkelingen ten opzichte van de begroting

Omvang totaal

2025

2026

2027

2028

Begrotingssaldo 2024


4.284

-2.434

-1.551

-1.586

Perspectiefnota 2024 mutatie


-4.245

-938

-1.064

-1.123

Begrotingssaldo Perspectiefnota 2024


39

-3.372

-2.615

-2.709

Gemeentefonds algemene uitkering vrij besteedbaar

86.871

400

333

140

558

Jeugdzorg

17.712

-1.344

-1.068

-836

-523

Jeugdzorg Index

17.712

-303

-286

-306

-310

WMO

10.600

-450

-668

-898

-1.149

WMO Index

10.600

-53

-43

-49

-50

Wet BUIG

12.960

-357

-322

-284

-306

Overige mutaties bestaand beleid


-60

224

62

126

Structureel saldo op bestaand beleid


-2.128

-5.202

4.786

-4.636

Nieuw beleid


-450

-569

-552

-571

OZB 9% Extra stijging

11.209

1.113

1.149

1.186

1.223

OZB 7,5% stijging 2026

11.209

0

931

961

992

BCF structureel ramen


500

500

500

500

Inzet surplus algemene reserve (max 10%)


1.000

0

0

0

TOTAAL STRUCTUREEL SALDO


35

-3.191

-2.691

-2.219

Totaal meerjarig perspectief


2025

2026

2027

2028

Structureel perspectief

35

-3.191

-2.691

-2.219

Incidenteel perspectief

0

-515

37

-8

Incidenteel perspectief bouwgrond

0

738

0

5

Totaal Programmabegroting 2025

35

-2.968

-2.654

-2.222

Bij de Perspectiefnota gingen we uit van een structureel resultaat van vrijwel nihil in 2025 en een structureel tekort van zo’n 3 miljoen per jaar vanaf 2026. Op bestaandbeleid zien we vooral op de jeugdzorg de kosten flink toenemen. Dat risico was al onderkend bij de Perspectiefnota. Om het bestaande voorzieningenniveau te handhaven en ambities waar te maken, worden een aantal maatregelen voorgesteld voor de Begroting 2025.

Het college is terughoudend geweest in het voorstellen van nieuw beleid. Daarbij is rekening gehouden met opgaven vanaf 2026 en de richting aangehouden vanuit bestaande ambities zoals het coalitieakkoord en het strategisch kompas. Een aantal voorstellen brengt het college nu niet in, maar ook in de Perspectiefnota opgenomen gewenst nieuw beleid is afgeschaald. Zo starten we niet met drie, maar met twee gebiedscoördinatoren en schalen we het monitoren van klantsignalen af. Ook is gekeken naar het inzetten van bestaand beleid. Omdat we van het rijk voldoende middelen ontvangen voor onze ambities op duurzaamheid, kunnen we lokaal geld dat hiervoor bestemd was deels vrij laten vallen.

Het college stelt voor de OZB voor 2025 met 9% extra te verhogen, bovenop de reguliere index. In 2024 staat Wijchen op de 62e plek van Nederlands gemeenten met de laagste woonlasten. Met € 885 gemiddelde kosten per jaar zit Wijchen ruim onder het landelijk gemiddelde (€ 994). Met de voorgestelde OZB stijging betaalt een huishouden met een woning op de betaalbare woninggrens, € 43 aan OZB op jaarbasis meer dan in 2024.

Daarnaast stelt het college voor structureel een bedrag op te nemen voor de jaarlijkse teruggave op het BTW compensatiefonds in de algemene uitkering. We zien hier jaarlijks bij de septembercirculaire geld op terugkomen en het structureel begroten hiervan past ook binnen de kaders van de toezichthouder.

Als laatste zetten we 10% van het surplus van de algemene reserve in voor 2025, waarmee we de begroting sluitend maken. De algemene reserve bedraagt in 2025 € 21 miljoen, waarmee we voor € 11 miljoen aan risico’s af te dekken hebben. Van het surplus van € 10 miljoen stelt het college voor € 1 miljoen in te zetten om de structurele begroting sluitend te krijgen. Daarnaast zetten we ook € 1 miljoen in om het incidenteel perspectief af te dekken.

Voor 2026 en verder zet het college in op het sluitend krijgen van de (meerjaren) begroting. Om hier nu alvast richting aan te geven, stelt het college voor om € 1 miljoen uit een extra verhoging van 7,5% van de OZB vanaf 2026 in te zetten. Door een deel van de bezuinigingsopgave in te vullen met een OZB stijging, hoeft er voor dat bedrag niet bezuinigd te worden op bestaande voorzieningen. Daarmee bedraagt de opgave voor 2026 t/m 2028 € 3,2 miljoen, aflopend tot € 2,2 miljoen.

Met een regio breed gedragen opdracht aan gemeenschappelijke regelingen en een takendiscussie op bestaand beleid, moet deze opgave verder ingevuld gaan worden.