Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarrekening 2025 Wijchen Concept Jaarrekening 2025

Grondslagen balans

Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met afschrijvingen, afwaarderingen die naar verwachting duurzaam zijn en van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen. Afschrijving vindt plaats volgens een percentage van de geactiveerde kosten.

Materiële vaste activa
De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs eventueel verminderd met bijdragen van derden en verminderd met afschrijvingen. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.

Bij de materiële vaste activa is onderscheid gemaakt naar investeringen met economisch nut, investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven en investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut.

Afschrijving vindt plaats met ingang van 1 januari volgend op het jaar van gereedkomen van het vaste actief.

Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Op gronden wordt niet afgeschreven.

Financiële vaste activa
De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) verminderd met de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de boekwaarde in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de marktwaarde van de aandelen daalt tot onder de verkrijgingsprijs, vindt afwaardering naar deze lagere marktwaarde plaats.

Voorraden
De voorraden zijn gewaardeerd tegen inkoopprijs en bijkomende kosten of lagere marktwaarde.

De grondexploitaties worden gewaardeerd overeenkomstig de cumulatieve bestedingen verminderd met de al ontvangen opbrengsten uit hoofde van verkopen en subsidies, dan wel lagere marktwaarde. De rente is toegerekend over de boekwaarde van de grondexploitatie per 1 januari van het betreffende jaar op basis van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen (indien geen sprake is van projectfinanciering).

De disconteringsvoet die is gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties is voor alle gemeenten gelijkgesteld aan het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone (2025: 2%).

Winstneming vindt plaats volgens de Percentage of Completion (POC)-methode. Dit is een methode om de verantwoording van de resultaten over de looptijd van de grondexploitatie naar rato van de verrichte prestaties te laten plaatsvinden. De winstneming in het boekjaar wordt berekend door het geprognosticeerde resultaat voor het gehele project per balansdatum te vermenigvuldigen met het voortgangspercentage van het project (gebaseerd op gerealiseerde kosten per balansdatum/begrote kosten project) en het reeds genomen resultaat per balansdatum daarop in mindering brengen. Indien aan de volgende vooraarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te mogen nemen:

  • Het resultaat op de grondexploitatie kan op betrouwbare wijze worden ingeschat, en
  • De grond (of deelperceel) moet zijn verkocht, en
  • De kosten zijn gerealiseerd.

Het College hanteert de volgende algemene uitgangspunten ten aanzien van haar schattingen:

  • Het rentepercentage bedraagt 1%;
  • De kostenindexatie bedraagt 3,5%;
  • De opbrengstenindexatie bedraagt 1%;
  • De geplande afzet is 3000 woningen tot 2030 gebaseerd op de Woningbouwopgave.

Ten aanzien van de geraamde kosten heeft het College de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • de grondprijzen worden vastgesteld conform de systematiek en uitgangspunten genoemd in de door het College vastgestelde nota Grondbeleid. De nota Grondbeleid is in 2017 geactualiseerd;
  • minimaal één keer per twee jaar worden, via een door het College te besluiten Grondprijzenbrief, wijzigingen op deze nota vastgesteld. In 2021 zijn de grondprijzen opnieuw herzien en vastgesteld.

Medio 2024 worden de grondprijzen opnieuw vastgesteld.

Ten aanzien van de geraamde gerealiseerde opbrengsten heeft het College de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • vaste prijzen conform de Grondprijzenbrief en marktconforme prijzen gebaseerd op een normatieve residuele methode.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.

Liquide middelen
De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Overlopende activa
De onder overlopende activa opgenomen posten zijn tegen nominale waarde gewaardeerd.

Eigen vermogen
Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserves en de bestemmingsreserves alsmede het saldo van de rekening van baten en lasten.

Voorzieningen
Onder de voorzieningen zijn opgenomen de op het moment van opstellen van de jaarrekening voorzienbare verplichtingen, verliezen en of risico’s voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten dan wel van derden verkregen middelen die specifiek moeten worden besteed. Ook voor kosten die in een volgend jaar gemaakt worden, maar hun oorsprong vinden in het betreffende jaar, waarbij de voorziening dient tot kostenegalisatie.

De voorzieningen zijn opgenomen tegen nominale waarde. Uitzondering hierop is de pensioenvoorziening voor wethouders, welke wordt gewaardeerd tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen.

Onderhoudsvoorzieningen waarvan de omvang wordt bepaald op basis van beheers- of onderhoudsplannen worden berekend op basis van de laatst bekende geactualiseerde plannen.

Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd.

Vaste schulden
Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.